Na je vijftigste wordt krachttraining belangrijker dan cardiotraining, zeker voor vrouwen in de overgang.
Spierverlies begint al rond je dertigste. Tijdens de overgang en na je zestigste gaat dit sneller. Dat heeft gevolgen voor je lichaamssamenstelling: een verlies van spiermassa betekent een hoger vetpercentage, zelfs als je niet in gewicht aankomt.
Tijdens de overgang dalen niet alleen de voortplantingshormonen, maar ook de hormonen die zorgen voor spierbehoud. Gevolg: minder spieren, meer vet. Maar, voor vetverbranding heb je meer spieren nodig, want spieren gebruiken vet als brandstof!
Door de daling van je geslachtshormonen (oestrogeen en progesteron) in de overgang word je als vrouw gevoeliger voor stress. En juist cardio verhoogt je stresshormoon. Een gestrest lichaam slaat vet op uit zelfbehoud. Vetverbranding en vetopslag gaan niet samen. Het stresshormoon cortisol en insuline versterken elkaar hierin en vergroten de vetopslag rond je buik.
Spier- en weerstandstraining en spierversterkende oefeningen is tijdens de overgang (en ook in de periode ervoor) beter dan cardio-training. Hoe meer spiermassa, hoe kleiner de kans op overgangsklachten, slapeloosheid, angst en depressieve gevoelens, opvliegers en nachtelijk zweten, gewichts- of vettoename, botverlies, verlies van spierspanning, buikvet en insulineresistentie.
Voor iedereen geldt: ga bewegen. Voor vrouwen boven de vijftig mag daar nog niets aan toegevoegd worden: krachttraining.
